Belastingvrije voet

( 16 Stemmen )
Belastingvrije voet 4.2 out of 5 based on 16 votes.

Waar ook ter wereld worden belastingstelsels regelmatig herzien. In het verleden kende Nederland de belastingvrije voet. Vandaag de dag hebben de regering en de belastingdienst het over heffingvrij vermogen. Per jaar wordt door de regering de economische en financiële situatie van ons land bekeken en wordt er bepaald waar extra op bezuinigd moet worden of waar extra geld naartoe kan. De belastingvrije voet zoals we die vroeger kenden bestaat niet meer. Daarvoor zijn 3 boxen in de plaats gekomen, namelijk werk en woning, aanmerkelijk belang en sparen en beleggen.

Tegenwoordig valt de belastingvrije voet onder sparen en beleggen. Deze wordt tegenwoordig heffingvrij vermogen genoemd. Het heffingvrij vermogen wordt als volgt omschreven: het vaste bedrag van uw bezittingen verminderd met de schulden waarover u geen belasting hoeft te betalen. Het betekent dus dat over een bepaald bedrag van uw spaargeld of beleggingen geen belasting hoeft te worden betaald.

Wat is de belastingvrije voet voor 2013?

Het belastingvrije bedrag over het vermogen voor 2013 is bepaald op €21239 voor alleenstaanden en € 42.278 voor gehuwden, samenwonenden en geregistreerde partners. Er is echter geen vrijstelling meer voor minderjarige inwonende kinderen. Deze vrijstelling is per 2013 komen te vervallen. Over het vermogen dat de belastingvrije voet overstijgt dient ongeveer 1,2% belasting te worden betaald. Dit wordt bereikt door 30% belasting te berekenen over 4% forfait rendement. Voor velen betekent dit er meer belasting betaald moet worden over het vermogen dan vroeger. De oude vermogensbelasting rekende namelijk met 0,7%. Het heeft echter voordelen voor degenen die een inkomen hebben waarover gedeeltelijk 60% belasting moet worden betaald. De vraag is echter voor hoe lang nog, want met de invoering van de zorgtoets is de hoogte van uw vermogen bepalend of u in aanmerking komt een zorgtoeslag. Daarnaast zijn velen het niet eens met de 1,2% die aan de belastingen betaald moet worden. Iemand die namelijk zijn vermogen bij de bank heeft gestald en maar een rente krijgt van 2% spaart dus in feite maar 0,8%. Dat is een heffing van maar liefst 60%.. Als iemand een spaarrekening heeft die maar 1,25% rente geeft, dan wordt het spaargeld onmiddellijk naar de fiscus gebracht. En wordt de rendementsheffing ineens 100%. De vraag moet dan direct gesteld worden of sparen bij een traditionele bank nog wel interessant is. Het kan goed zijn dat het beter is om bijvoorbeeld in een tweede huis te investeren, daar over het algemeen de waarde van een huis blijvend en stijgende is.

In het verleden was een gemiddelde van uw vermogen bepalend en hield de belastingdienst 2 peilingen. Tegenwoordig wordt er nog maar eenmaal per jaar gepeild en wel op 1 januari van ieder jaar. Wat op 1 januari op uw rekeningen staat moet worden opgegeven aan de belastingdienst en is bepalend voor uw belastingvrije voet of heffingvrij vermogen. Er zijn echter een aantal omstandigheden wat de belastingvrije voet positief of negatief kan beïnvloeden. In sommige gevallen kan het lonen om rekeningen voor het einde van december te betalen om zo het vermogen te beïnvloeden op 1 januari, wat de peildatum is voor het bepalen van uw vermogen.

 

In sommige gevallen een hogere belastingvrije voet wanneer gepensioneerd

Indien u 65plusser bent kunt u in aanmerking komen voor een extra vrijstelling op uw belastingvrije voet. U heeft namelijk recht op een ouderentoeslag indien uw inkomen uit werk en eigen huis voor aftrek van uw persoonsgebonden aftrek lager is dan € 19.895. Indien uw inkomen lager is dan € 14.302, dan wordt uw ouderentoeslag gesteld op € 27.984. Indien uw inkomen hoger is dan € 14.302 maar lager dan € 19.895 dan komt uw ouderentoeslag op € 13.992. Echter van belang is eveneens dat de rendementstoeslag minus de belastingvrije voet niet meer bedraagt dan € 279.708 voor alleenstaanden en € 559.416 voor gehuwden, samenwonenden en geregistreerde partners. Indien u meer dan € 19.895 verdient, komt u helaas niet in aanmerking voor de ouderentoeslag.

 

De hoogte van uw vermogen kan gevolgen hebben voor de zorgtoeslag

Met ingang van 1 januari 2013 is de zorgtoeslag veranderd. Uw vermogen wordt eerst getoest alvorens u een mogelijke zorgtoeslag in aanmerking komt. Indien uw vermogen hoger is dan de belastingvrije voet (heffingvrij vermogen) plus € 80.000, dan heeft u geen recht meer op een zorgtoeslag. U moet dan zogezegd eerst uw eigen vermogen opeten, alvorens in aanmerking te komen voor de zorgtoeslag. De regering wil er zo voor zorgen dat de zorgtoeslag alleen terecht komt bij degenen die het het hardst nodig hebben. Er is hier door veel Nederlanders nogal verontwaardigd gereageerd, omdat zij hun leven lang gespaard hadden voor een oude dag. Met name de mensen die hun pensioengerechtige leeftijd naar boven zagen bijgesteld eten onmiddellijk van hun vermogen. Daar komt nu ook nog eens de mogelijheid van het geen recht hebben op zorgtoeslag. Deze mensen voelen zich gestraft voor het feit dat ze in hun leven gespaard hebben. U hoeft zich geen zorgen te maken dat uw huis opeens een bepalende factor is in de bepaling van de hoogte van uw vermogen. Uw huis valt namelijk in belastingbox 1. Slechts wanneer u een tweede of wellicht een derde huis heeft zal dit mede bepalend zijn voor de bepaling van de hoogte van uw vermogen. Wanneer u denkt dat u in aanmerking komt voor zorgtoeslag, dan kunt u dit online bij de belastingdienst aanvragen onder de rubriek mijn toeslagen. Hier kunt u alle toeslagen waar u denkt recht op te hebben aangeven en veranderen indien dit nodig mocht zijn.

Om in aanmerking te komen voor de zorgtoeslag, mag het inkomen niet hoger zijn dan € 30.000 en kan het vermogen niet te hoog zijn. Maar er zijn nog een aantal addertjes onder het gras waarmee rekening gehouden dient te worden. Iemand die gemoedsbezwaard is, of iemand die in actieve militaire dienst is of een persoon die gevangen zit, heeft geen recht op de zorgtoeslag.

Geen vrijstelling meer voor thuiswonende minderjarigen

De belastingvrije voet werd in het verleden verhoogd voor elk kind dat thuis woonde en jonger was dan 18 jaar. Elk kind was namelijk goed voor een verhoging van € 2779. Deze verhoging is echter per 2012 komen te vervallen. Ook de regels voor kinderopvang zijn flink aangescherpt. Zo kan er voor het eerste kind geen vergoeding meer worden verkregen. Een tweede, derde en mogelijk vierde kind zal nog wel worden vergoed, maar een geringere toelage zal worden toegekend. Tevens wordt er nu gekeken naar het aantal gewerkte uren door de minst werkende indien er een dubbel inkomen in het huishouden is. Als de gezamenlijke inkomens meer bedragen dan € 118.000 dan heeft u helaas geen recht meer op de kinderopvangtoeslag.